Actueel

Beeldbepalend erfgoed in het waterlandschap

Watererfgoed speelt een centrale rol in de beleving van onze waterrijke omgeving. Bruggen, dijken, kanalen en polders zijn onlosmakelijk verbonden met onze Nederlandse landschappen. Watererfgoed kan zelfs heel bepalend zijn voor de identiteit van een heel gebied.

Gepubliceerd21-02-2019
ThemaErfgoed en herbestemmen

Waterschappen hebben veel watererfgoed in bezit of beheer en noemen dat waterschapserfgoed. Watererfgoed kan ook in beheer zijn bij een provincie of terreinbeherende organisaties. Overijssel is rijk aan watererfgoed. Een aantal in het oog springende elementen bepalen het karakter.

De Dijkstoelhuisjes op de IJsseldijk
Vanaf circa 1100 zijn langs de Sallandse IJssel kades aangelegd, welke langzaam aaneengroeiden tot een doorgaande bedijking. Het onderhoud en herstel van de Sallandse IJsseldijk werd in 1308 voor het eerst centraal geregeld. Iedere aanwonende kreeg de verantwoordelijkheid voor het stuk dijk op zijn eigen land. De ‘verhoefslaging’ bepaalde welk percentage dijk iedere hoevebezitter moest onderhouden. Later werden de kosten verdeeld over het achterliggende gebied, gerelateerd aan de hoeveel land die een grondeigenaar bezat. Met de opbrengsten werden de dijken beheerd en de schouw (dijkinspectie) uitgevoerd. Het waterschap trad ook op bij calamiteiten, zoals hoogwater of een dijkdoorbraak. Op en langs de IJsseldijk stonden magazijnen, de  zogenaamde dijkstoelhuisjes, waarin zandzakken, schoppen en andere gereedschappen waren opgeslagen om in geval van nood direct te kunnen optreden. De gebouwtjes werden in de negentiende eeuw opgericht in opdracht van het dijkbestuur, de ‘dijkstoelen’. Op plaatsen waar regelmatig dijkwacht werd gelopen was een deel ingericht als wachtruimte. Tot het eind van de twintigste eeuw waren de dijkstoelhuisjes nog in gebruik voor het beheer en onderhoud van de dijken. Nu staat een aantal leeg en wacht op herbestemming. Sommige hebben al een nieuwe functie gekregen.

De sluiseilanden in de Drentsche Hoofdvaart
De ontginning van het veengebied op het Drentse plateau kwam in de zeventiende eeuw op gang. Tussen 1767 en 1780 werd een verbindingskanaal aangelegd tussen Meppel en Assen: de Drentsche Hoofdvaart. Deze verving een smal kanaaltje dat alleen geschikt was voor kleine turfschepen. De Drentsche Hoofdvaart vervulde in de negentiende eeuw een belangrijke rol bij alles wat de bevolking nodig had, van turf en voedsel tot het vervoer van passagiers. De vaart had tevens een belangrijke afwateringsfunctie voor dit ooggelegen middendeel van de provincie Drenthe. Om het aanzienlijke hoogteverschil te kunnen overbruggen, werden in 1892 verschillende schutsluizen aangelegd, zoals de Paradijsluis, Venesluis, Haarsluis, Dieversluis, Uffeltersluis en de Pastoorsluis. De schutsluizen liggen tussen de Rijksstraatweg langs de vaart en een sluiseiland, dat is uitgerust met een draaikolk. Op de meeste eilanden staat een opzichters- of sluiswachterswoning. Aan drie sluiscomplexen heeft men in 1925 een pompgebouw met elektrisch gemaal toegevoegd en rond 1950 een moderner pompgebouw. Ze vormen opvallende en waardevolle ensembles in de lange, rechte Drentsche Hoofdvaart.

De poldergemalen in Salland
Na de Tweede Wereldoorlog werden veel stoomgemalen in de lage delen van Salland vervangen door elektrisch aangedreven gemalen. De stoomgemalen hadden meestal een molen als voorganger. Bijvoorbeeld in Lierderbroek, één van de oudste polders in Nederland en een prachtig weidevogelgebied. Het nieuwe ontwerp werd meestal vervaardigd door het Technisch Adviesbureau van de Unie van Waterschappen (TAUW). Gedurende de wederopbouwperiode (1940-1965) en daarna, werkte dit bureau voor de meer bijzondere gemalen  geregeld samen met een aantal zelfstandige architecten. De elektrische poldergemalen worden wel oneerbiedig de Sallandse blokkendoosjes genoemd. Overal in de lage delen van Salland zie je dit type gemalen, die allemaal in dezelfde periode gebouwd zijn. Ze hebben een rechthoekige en sobere opzet met bakstenen gevels en vaak een grote pui met stalen ramen. Ze zijn bijna allemaal uitgerust met een elektromotor en een verticale schroefpomp.

De windmolens in de Weerribben-Wieden
Van oudsher werd het natuurgebied De Weerribben-Wieden bemalen met watermolens en Tjaskers: eenvoudige windmolentjes die bij een klein hoogteverschil water met een schoefvijzel uit een stuk land konden pompen. Tjaskers moesten met de hand op de wind gesteld worden. Tussen 1850 en 1940 stonden er veel van dit soort molens in de Weerribben-Wieden. Naast de traditionele molens werden vanaf het begin van de jaren twintig steeds vaker Amerikaanse windmotoren ingezet. Deze veelwiekige molens konden zichzelf door hun windvanen op de wind richten en hoefden dus niet meer door een molenaar in de wind te worden gedraaid. Deze zijn bijna allemaal gesneuveld. Tegenwoordig bepalen de eenvoudige buis- en Bosmanmolens het aanzicht in het natuurgebied. Ze worden gebruikt voor het bevloeien van de rietvelden.

De terpboerderijen van de Kampereilanden
Door de aanvoer van slib ontstonden in de monding van de IJssel verschillende ‘eilandjes’ die aanvankelijk hoorden bij polder Mastenbroek. In 1364 werden de veertien eilandjes aan de stad Kampen toegewezen en kregen ze de naam Kampereilanden. Dankzij de vruchtbare rivier- en zeeklei ontwikkelden de Kampereilanden tot een welvarend veeteelt- en hooilandgebied. Vanaf de vijftiende eeuw vestigden de eerste permanente bewoners zich op Kampereiland. Om zich te weren tegen overstromingen bouwden ze hun boerderijen op terpen. Aan het begin van de zeventiende eeuw telde Kampereiland zo’n 40 erven. Dat aantal groeide tot 108 in 1940. De strijd tegen het water bleef aanspraak maken op de weerbaarheid en vindingrijkheid van de bevolking. Zo hadden bewoners van terpboerderijen een speciale noodboot op de zolderbalken in de schuur liggen om bij hoogwater te kunnen vluchten. De boerderijen dragen geen namen, maar nummers. Tegenwoordig zijn er 173 boerderijen met een eigen erfnummer.

Dit artikel staat ook in #Over, ons magazine over de toekomst, het heden en verleden van onze leefomgeving. U kunt ons gehele magazine hier online lezen. Wilt u graag een exemplaar ontvangen via de post? Mail dan uw gegevens naar redactie@hetoversticht.nl.

Auteur

Mascha van Damme

Mascha van Damme

architectuurhistoricus

Stuur een bericht

Contact

Stuur een bericht en
u ontvangt zo snel mogelijk een reactie.

Wij gebruiken uw gegevens enkel om uw bericht te beantwoorden en niet voor andere doeleinden. Lees meer in onze privacyverklaring.

Delen

Deel dit item met iemand anders.


Wij gebruiken uw gegevens enkel om uw bericht te beantwoorden en niet voor andere doeleinden. Lees meer in onze privacyverklaring.