Actueel

Joris Luyendijk kritisch over de Omgevingswet

‘Ik ben er wel in gedoken, maar heb er uiteindelijk nog niks mee gedaan,” schreef een bevriende, zeer ervaren journalist over de nieuwe Omgevingswet. “Ik dreigde te verzuipen.” Dat was weinig aanlokkelijk of bemoedigend, en hoe meer ik ondanks dit negatieve reisadvies hoor en lees over de nieuwe Omgevingswet, hoe beter ik mijn collega begrijp.

Gepubliceerd05-03-2019
ThemaOmgevingswet in de praktijk

Dit is werkelijk complex, en het lijkt of iedere betrokkene een ander stukje van de olifant vasthoudt - ervan overtuigd dat juist dat stukje staart, huid of slagtand de essentie van ‘olifant’ belichaamt.

Bij verwarring grijpt het menselijk brein terug op analogieën en parallellen met wat al wel vertrouwd is of althans bekend. Ik moet zo steeds aan de financiële sector denken, die ik de afgelopen zeven jaar van dichtbij en binnenuit heb geprobeerd te volgen en begrijpen. Allereerst die borstwering van DLA’s ofwel Drie-Letterige Acroniemen: Wabo, CHW, Wro, APV, WMO, GVVP, NSL en PAS… Hoe begrijpelijk het ontstaan ervan ook is, scheppen zulke afkortingen meteen een kloof tussen insiders en outsiders, precies zoals bij de bankiers en toezichthouders en hun MBS’en, CDO’s, CDS’en en CRA’s. Dan heb je de geheimtaal waarvan je kan bevroeden wat het betekent maar niet wat het wil zeggen. Securetisatie bijvoorbeeld bij de banken, en in de Omgevingswet: ‘Laan van de Leefomgeving’ of ‘meerwaardegesprek’. ‘Geurbeleid’ bestaat vast al langer maar is nu al mijn woord van het jaar 2018.

Het gevaar destijds in de financiële wereld was dat insiders zich achter dit woud van termen gingen verschansen. Een kleine club insiders begreep het nog (half) en de rest voelde zich gedwongen om mee te doen met dit jargon. De dwang van de rijdende trein.

Al jaren voor de crash wist in de financiële sector eigenlijk bijna niemand meer wat die Synthetische en Hybride Collateralized Debt Obligations eigenlijk waren en deden, laat staan hoe al die Credit Default Swaps eraan gerelateerd waren. Maar iemand anders zal het wel hebben uitgezocht, toch? Laten we gewoon doen wat anderen doen, dan komt het wel goed. En als het niet goed komt dan is het nog altijd veiliger om ongelijk te hebben in een groep, dan gelijk in je eentje.

Zo dachten ze bij de banken, en vandaar dat eigenlijk bijna niemand van de insiders een prijs heeft betaald nadat bij de financiële crash van 2008 die CDO’s en CDS’en toch wat anders in elkaar bleken te zitten dan men elkaar had voorgehouden; ‘men’ was met zoveel dat er geen beginnen aan was om ze allemaal te ontslaan of zelfs maar te straffen. Wie nu voorstander is van de nieuwe Omgevingswet maar eigenlijk niet weet waarom, kan hier misschien hoop uit putten.

Ik zeg niet dat bij de nieuwe Omgevingswet een zelfde mate van met jargon weggetimmerde onduidelijkheid, onkunde en onzekerheid heerst. Maar de tekenen zijn niet allemaal even gunstig. En als je dan steeds weer hoort over alle goede bedoelingen en mooie plannen, is het zinvol ook weer hier naar de financiële sector te kijken. Temeer omdat het met de crash ooit allemaal zo klein begon. Achteraf blijken veel van de wetten die de crash mogelijk en eigenlijk ook onvermijdelijk maakten, jaren en soms decennia eerder bijna geruisloos te zijn ingevoerd. Vaak waren het hamerstukken. Als er al over werd gesproken dan werd de toon gezet door de goede bedoelingen; in het geval van de financiële sector dat veel mensen door de nieuwe producten opeens wel een hypotheek konden krijgen. Hoe kun je daar nu tegen zijn? Op eenzelfde manier kun je kritische vragen over de haalbaarheid van de nieuwe Omgevingswet overschreeuwen door de wenselijkheid te onderstrepen van zeggenschap en invloed van burgers.

Het was ook echt knap bedacht door de bankiers, die CDO’s, en in principe waren ze een mooie stap vooruit. Behalve dat bij zoveel nieuwe complexiteit de verleiding enorm werd voor slimme marktpartijen om de onvermijdelijke gaten te gaan benutten en oprekken. Want bij nieuwe technologie loopt de wetgever altijd achter, per definitie. Destijds vond de overheid dat bedrijven en banken vooral zelf moesten bedenken wat goed voor ze was. De creativiteit van de markt heette dat, en dus keken toezichthouders de andere kant op. Het ging erom dat de overheid de creatieve ‘waardenscheppers’ in het bedrijfsleven niet ‘voor de voeten liep’. Uiteindelijk mocht in 2008 de belastingbetaler de rekening betalen. Het financieel landschap lag aan puin, en het vertrouwen van burgers in het beschermend vermogen van de overheid kreeg een klap die nog altijd nadreunt.

Parallellen en vergelijkingen gaan altijd mank, en toch vind ik het moeilijk om niet aan de CDO’s te denken wanneer ik voorstanders van de nieuwe Omgevingswet hoor hameren op hun goede  bedoelingen. Goede bedoelingen zijn geen garantie voor goede resultaten. Integendeel. Goede bedoelingen kunnen net als andere vormen van ideologische bevlogenheid verblinden. En de recente geschiedenis van de financiële sector laat duidelijk zien dat zelfregulering vaak neerkomt op het recht van de sterkste: zij met de beste lobby, de slimste juristen en de meest agressieve campagnes komen het verst.

Misschien ben ik wat cynisch geworden doordat ik al jaren de banken volg en dus steeds weer nieuwe schandalen meemaak waar de sterkste partijen al dan niet binnen de wet misbruik maken van hun machtspositie. Nieuwe technologie biedt geweldige nieuwe mogelijkheden, zowel voor verbetering als voor misbruik. Dat is de les van de crash van 2008. Daarop terugkijkend denk ik bij de nieuwe Omgevingswet: weet waar je aan begint.

Dit artikel staat ook in #Over, ons magazine over de toekomst, het heden en verleden van onze leefomgeving. U kunt ons gehele magazine hier online lezen. Wilt u graag een exemplaar ontvangen via de post? Mail dan uw gegevens naar redactie@hetoversticht.nl.

Delen

Deel dit item met iemand anders.


Wij gebruiken jouw gegevens enkel om jouw bericht te beantwoorden en niet voor andere doeleinden. Lees meer in onze privacyverklaring.