Actueel

Dirk Sijmons over de energietransitie

Het is heel makkelijk om te zeggen: “In 2020 zijn we 20% duurzaam. Maar realiseert iedereen zich wel hoeveel hectare zon of wind of biomassa ze daarvoor nodig hebben?” Het antwoord vult Merel Enserink zelf al in: ”absoluut niet! ik wil daaraan werken.”

Gepubliceerd18-03-2019

“Wow”, klinkt het uit de mond van Dirk Sijmons: “Dat inzicht heeft bij mij nogal wat tijd gekost. De essentie van de ruimtelijke opgave is dat we een ongelooflijke hoeveelheid ‘dunne’ energie moeten oogsten en dat je de infrastructuur daarvan dus overal gaat zien!”

Voor het onderwerp energietransitie en de betekenis daarvan voor de ruimte, dachten we dat het leuk was om onze Merel Enserink, een jonge landschapsarchitect, van gedachten te laten wisselen met een ouder iemand. Onderwerp zou de energietransitie moeten zijn en de betekenis voor de ruimte. Dirk grinnikt bij de toelichting. “En behalve de generatiekwestie hebben we dan natuurlijk ook het gendergegeven.” Zo hadden we het nog niet gezien, maar inderdaad.

Dirk vertelt hoe hij oorspronkelijk in Delft is opgeleid als architect. “Langs veel verschillende rare zijwegen ben ik uiteindelijk landschapsarchitect geworden en zelfs Rijkadviseur voor het landschap. Een van de allereerste zaken die op mijn agenda verscheen, waren de windturbines. Dat was de eerste keer dat ik tegen de energietransitie aanliep. Ik heb daar in 2006 een advies over gemaakt en vervolgens een atlas voor minister Jacqueline Cramer waarin de andere vormen van energieopwekking op een rijtje werden gezet. We hebben laten zien dat die andere manieren soms ook een enorme footprint hebben. Dat was een opstapje om samen met studenten in Delft en Wageningen eens te kijken hoe je bepaalde doelstellingen kon halen en wat daarvan de gevolgen waren op verschillende schaalniveaus, van Europa tot de individuele huishoudens.”

Het cv van Dirk is doorspekt met projecten, publicaties en lezingen die niet zelden een strijdbaar  karakter hebben. Je kunt zeggen: een man met een missie. Een generatieding? Niet als het aan Merel ligt. “Ik heb een enorme passie voor landschap en energie. En voor de zorgvuldigheid waarmee we met ontwikkelingen omgaan. Eerlijk gezegd ontstond dit min of meer door toeval. Ik was voor mijn afstuderen in Wageningen op zoek naar een onderwerp. En toen ik daarvoor met mijn begeleider Sven Stremke in gesprek ging, kwam voor mij de complexiteit van opgaves tot leven. Sindsdien ben ik een vrouw met een missie. En die is dat je er niet bent met het bedenken van leuke plannetjes als  het gaat om de energietransitie. Mensen hebben vaak geen idee wat er nodig is aan ruimte. Ze verkijken zich daarop.”

Het gesprek vindt plaats op een steenworp afstand van IJburg. Een thuiswedstrijd voor Dirk, want het is de wijk waar hij en zijn vrouw wonen en die hij mede ontwierp. Daarbij was bij aanvang al het vraagstuk van de warmtevoorziening in beeld. Het is een gasloze wijk geworden met  stadsverwarming. Wat overigens niet zo heel ingewikkeld was, want de elektriciteitscentrale is vlakbij. “Het merkwaardige is dat ik in mijn eigen kring bemerk dat weinig mensen serieus beseffen wat de omvang en de impact van het energievraagstuk en de benodigde energie-infrastructuur is,” overpeinst Dirk in relatie tot zijn eigen omgeving. Hoe is dat voor Merel? Denkt zij en denken mensen uit haar generatie wellicht dat ze alle shit op hun bordje krijgen? Merel: “Het voordeel is dat we het over het algemeen al accepteren dat er overal zonnepanelen liggen of windmolens staan. Dat is niet per se een punt van discussie. Maar het scheelt wel heel veel per persoon hoeveel iemand zichzelf inzet voor duurzaamheid of daar bewust mee bezig is. Ook in mijn directe omgeving zijn mensen voor wie dit niet leeft. Ik kan zeker niet zeggen dat er een breed gedeeld bewustzijn is onder mijn generatiegenoten.”

Het generatieverschil, de tijd waarin we leven en de verwachtingen, blijft de gemoederen bezig houden. Dirk: “Ik kom uit een tijd waarin je dacht dat iedere volgende generatie het ‘beter’ zou krijgen. En dat is een beetje over.” Merel vindt dat het zo somber niet ligt. “Ik vind dat te negatief. Wij kijken op een andere manier naar de wereld. Als wij straks een duurzamere wereld voor elkaar weten te boksen, dan hebben wij een betere wereld. Daar zit ook een stuk van mijn drive. De energietransitie wordt vooral als problematisch benaderd, maar laten we niet vergeten dat het ook een kans is. Het is een kans om op een andere manier naar onze economie te kijken, en een andere manier om onze maatschappij in te richten en elkaar daarin mee te krijgen. Ik benader het graag vanuit een positieve kant. Kijk eens naar hoeveel banen er zijn en komen in de energiesector!”

Hier is Dirk het duidelijk mee eens. Maar toch is hij kind van het modernisme. “Mijn hele werkzame leven was er de grote consensus dat het zou lukken tegelijkertijd economisch te groeien en de ecologische footprint te verkleinen. Dat elastiekje is nu wel geknapt. Je ziet dan ook een soort scheuring in de milieubeweging aankomen. Zij die dit inzien, zij die op de oude voet door willen gaan en een derde groep, de ecomodernisten die de problemen stuk voor stuk willen aanpakken met nog meer technische middelen. Daaruit zal een roep om geo engineering voortkomen. Mensen hebben niet door wat een hoog tovenaarsleerlinggehalte dit heeft. De problemen laten zich, vrees ik, niet meer geïsoleerd oplossen. De mondiale milieuproblemen van het klimaatprobleem, de verzuring van de oceanen, het beïnvloeden van de geo chemische cycli tot de erosie van de biodiversiteit, gaan met elkaar interactie aan. De jongere generatie krijgt de opgave om met het gehele complex te dealen. Vroeger maakten we een deltaplan en klaar. Dat was ingenieursromantiek. De mentaliteit die daaraan kleefde, we zetten de schouders eronder, kan ook nu natuurlijk behulpzaam zijn. Maar het complex en de samenhang van dingen nu, is veel groter. Ik denk dat het uiteindelijk een bumpy ride wordt met vele verrassingen.


Programmaleider verduurzaming van Het Oversticht Merel Enserink (1989) in gesprek met landschapsarchitect en voormalig hoogleraar en Rijksadviseur Dirk Sijmons (1949). Zijn staat van dienst is omvangrijk en met de zeventig in zicht is hij nog altijd druk bezig met lezingenseries, publicaties en complexe projecten, wereldwijd. Hij excuseert zich voor zijn late arriveren. Een invalklus in Den-Haag liep uit. “Ik zei laatst tegen mijn vrouw: ik krijg het steeds drukker. Welnee, zei ze, je bent langzamer geworden en doet er gewoon steeds langer over.”

Dit artikel staat ook in #Over, ons magazine over de toekomst, het heden en verleden van onze leefomgeving. U kunt ons gehele magazine hier online lezen. Wilt u graag een exemplaar ontvangen via de post? Mail dan uw gegevens naar redactie@hetoversticht.nl.

Auteur

Merel Enserink

Merel Enserink

programmaleider verduurzaming

Stuur een bericht

Contact

Stuur een bericht en
u ontvangt zo snel mogelijk een reactie.

Wij gebruiken uw gegevens enkel om uw bericht te beantwoorden en niet voor andere doeleinden. Lees meer in onze privacyverklaring.

Delen

Deel dit item met iemand anders.


Wij gebruiken uw gegevens enkel om uw bericht te beantwoorden en niet voor andere doeleinden. Lees meer in onze privacyverklaring.