Blog

Maartje van Hellemondt: onbekend maakt onbemind

In Nederland hebben wij iets unieks. Een kunstcollectie die tot stand is gekomen door bemoeienis van de overheid. Deze kan niet in een museum worden opgenomen omdat 'ie geïntegreerd is met architectuur. Architectuur uit de wederopbouwperiode.

Het gaat om zogenaamde monumentale wandkunst; een (nog) vrij grote collectie van plastieken, sgraffito’s, reliëfs en mozaïeken die niet alleen aan publieke gebouwen prijken, maar ook aan woningen en vooral in kerken. Deze kunstwerken zijn het resultaat van door de overheid bedachte regelingen waarbij een percentage van de bouwkosten aan kunst besteed moest worden. Hoewel zeer divers in gebruikte kunsttechnieken, heeft deze collectie een vrij universeel karakter. Met andere woorden, als je je er eenmaal in verdiept hebt dan herken je het meteen. En er eenmaal in verdiept, is de kans groot dat je het ook meteen mooi vindt. Iets wat we in ons vak natuurlijk nooit hardop zeggen.

We roepen al meer dan 10 jaar dat deze speciale kunstcollectie in Nederland bedreigd wordt. Dat klopt ook want een niet aflatende stroom met persberichten spreekt over dreigende sloop of sloop, waar en passant het kunstwerk mee de puinbak in verdwijnt. “Slopers zien kunstwerk in Raalte aan voor oud ijzer en vernietigen sculptuur” (maart 2017) valt in die categorie. Zonder onrecht te doen aan Raalte overigens waar tevens gekopt werd “Verdwenen wederopbouwkunst Raalte blijkt gered” (april 2017). Maar doen we er ook wat aan? Zorgen we er ook voor dat niet onnodig monumentale kunst meer in de puinbak verdwijnt? Die vraag kent helaas geen eenduidig antwoord.


Dappere pogingen
Iedereen die in de monumentenzorg werkt, weet dat alles willen behouden niet meer van deze tijd is. Ook niet alle monumentale wandkunst heeft evenveel (cultuurhistorische) waarde of kwaliteit. Maar hoe bepaal je de waarde van deze kunst en wat is dan kwaliteit? Het rijk, in de vorm van het toenmalige Instituut Collectie Nederland (ICN), heeft een paar jaar geleden een dappere poging gedaan om te inventariseren wat we eigenlijk hebben aan deze kunst in Nederland. Via een website, www.helpwandkunstopsporen.nl, kon iedereen kunst op de site zetten en daarbij ook bijbehorende gegevens zoals kunstenaar, datering en betekenis van de voorstelling. Een dappere poging inderdaad en het geeft ook zeker een mooi inzicht in de hoeveelheid die we hebben, maar zonder verder onderzoek blijft het een druppel op de gloeiende plaat.

Emotionele waarde
Ook heeft het rijk een poging gedaan om handvatten te bieden voor situaties waarin behoud ‘in situ’ (mooi woord voor gewoon laten zitten) niet mogelijk is. Die suggesties komen neer op eerst goed onderzoek doen en waarderen van het te verdwijnen kunstwerk en daarna is het eigenlijk op hoop van zegen. Uit de praktijk blijkt dat herbestemming van een monumentaal kunstwerk afhangt van twee dingen: een (aanzienlijke) pot met geld én zeer goede wil van een of meer liefhebbers. Of men die moeite ervoor wil doen, hangt ook af van de (cultuurhistorische) waarde van het werk, waarvoor door het rijk tot op vandaag nog geen criteria zijn vastgesteld. Gek eigenlijk: 60 jaar geleden dwingt het rijk architecten en kunstenaars samen te werken door de percentageregeling en nu trekken ze hun handen ervan af. Maar ook zonder deze criteria durf ik wel te stellen dat de waarde van deze werken meestal gewoon hoog is. Het is een emotionele waarde, die vooral bij de mensen die er elke dag tegen aankijken hevig naar boven komt bij bedreiging.

Lokale kunstenaars
In Overijssel liepen we bij Het Oversticht 10 jaar geleden al voor op de landelijke aandacht voor de periode van de wederopbouw. Met financiële hulp van provincie Overijssel inventariseerden mijn collega’s en ik de naoorlogse wijken, kerken en kunst in de provincie. Een mooi begin, tevens het topje van een ijsberg. Onvoldoende financiële middelen stelde ons niet in staat om dieper onderzoek te doen. Meer onderzoek naar de lokale kunstenaars, waarvan wij in de inventarisatie zoveel prachtige dingen hebben gezien. Veel kunstenaars zijn al overleden, maar soms leven ze nog, dus wat is mooier om hen te interviewen? En hen de vraag te stellen wat zij vinden wat er met hun kunst moet gebeuren als het pand mogelijk wordt gesloopt? Zij hebben immers de kunst een ziel gegeven. Nu weten we dikwijls het verhaal achter de kunst niet eens, hoe moeten we het dan waarderen?

Onbekend maakt onbemind
De wens om meer regionale (Overijsselse) kunstenaars te willen onderzoeken komt ook voort uit een wat recalcitrante tegenbeweging. Opvallend is dat veel publicaties over naoorlogse kunst met name gaan over de 'grote' kunstenaars en kunstwerken in de randstad. Allemaal prachtig en interessant, maar waarom verdient een kunstenaarsechtpaar uit Twente niet evenveel aandacht als Lex Horn, van wie de werken in meerdere publicaties onder de aandacht zijn gebracht? En waarom zouden drie kleine tegeltableautjes minder belangrijk zijn dan een hele mozaïekwand? Ik roep daarom gemeenten in Nederland op om deze kwetsbare kunstcollectie verder te laten onderzoeken. Onbekend maakt onbemind, dus meer kennis is meer waardering. En dat verdient deze kunst.

Adviseur

Maartje van Hellemondt

Maartje van Hellemondt

architectuurhistoricus

Stuur een bericht

Contact

Stuur een bericht en
u ontvangt zo snel mogelijk een reactie.
Altijd op de hoogte?

Actuele projecten, ontwikkelingen, achtergronden en bijeenkomsten: mis het niet en meld u aan!