Projecten

Monumentwaarden IJsselcentrale Harculo

Sloop of monument wederopbouwicoon?

De gemeente Zwolle heeft in 2012 de aanwijzing van de IJsselcentrale als gemeentelijk monument in gang gezet. Het Oversticht heeft hierover advies uitgebracht en de redengevende omschrijving opgesteld.

LocatieGebouw / Huis
OpdrachtgeverGemeente
ThemaWeer waardering voor de wederopbouw
ExpertiseAdvies

Het gebouw is een belangrijk industrieel pand uit de wederopbouwperiode (1940-1965); een monumentale vertegenwoordiger van deze periode, met name door het modulaire bouwsysteem van een staalskelet bekleed met panelen ‘schokbeton’. Dit systeem leent zich uitstekend voor het vergroten of verkleinen van het gebouw, al naar gelang de technische ontwikkelingen van een energiecentrale vereisen. De architect van de centrale was ir. P.J. de Gruyter. De IJsselcentrale en haar hele omgeving is bij de realisatie met bijzonder veel esthetische aandacht ontworpen. De Zwolse centrale is dé vertegenwoordiger van het naoorlogse type ‘utilitaire volumes in het landschap’. Het Oversticht heeft de monumentwaarden uitgebreid geformuleerd.

Monumentale kunst
De IJsselcentrale is van belang vanwege zijn iconische waarde. Gevel en interieur zijn verrijkt met kunstwerken van bekende Nederlandse kunstenaars, zoals paste in de ‘percentageregeling beeldende kunst’ uit die jaren. Het decoratieprogramma verwijst met figuratieve kunstwerken, van onder meer Titus Leeser, Huib de Ru en Hans Bayens, naar elektriciteit, welvaart of naar de specifieke functie van de ruimte. Het ensemble was tot voor kort een van de weinige, uitzonderlijk gaaf bewaard gebleven centrales van de eerste generatie montagebouw in Nederland. Onze conclusie was dan ook dat, gemeten met de maatstaven van de monumentenbescherming in Nederland, het complex voor bescherming als monument in aanmerking komt. 

Toch sloop
De monumentwaarden worden onderkend, maar de gemeenteraad heeft in 2013 op bedrijfseconomische gronden besloten het complex niet aan te wijzen als gemeentelijk monument. De Bond Heemschut en het Cuypersgenootschap hebben de gemeente in 2016 verzocht om aanwijzing te heroverwegen. Zonder succes; de centrale wordt momenteel gesloopt. De kenmerkende schoorstenen zijn al eerder uit het beeld verdwenen. 

Zwolle kwam net als zoveel andere steden in Nederland de oorlog niet ongeschonden uit. Het zuidelijke deel van de wijk Dieze, net buiten de stadsgracht, liep zware schade op bij een bombardement in december 1944. Nog tijdens de oorlog maakte de Dienst Openbare Werken van de gemeente Zwolle plannen voor herstel van de vernielde woningen en uitbreiding van de wijk. Maar pas na de bevrijding kon met deze wederopbouwplannen gestart worden.

Om de eerste woningnood het hoofd te kunnen bieden werden bouwpakketten en systeembouw ingezet. Zo zijn in Zwolle op verschillende plekken Oostenrijkse houten woningen gebouwd. Ze staan nog altijd in vrij goede staat in onder meer de Zeeheldenbuurt en aan de Vermeerstraat. In heel Nederland werden 800 van deze woningen gebouwd. Oostenrijk leverde de houten omhulsels tegen een laag bedrag aangevuld met een betaling in natura waaraan het land grote behoefte had, zoals gedroogde groenten en vis. Het zogenaamde Einfamilienhaus Zuiderzee kon ter plekke op een betonnen fundering in elkaar worden gezet. 

In de wijk Assendorp-Pierik liet prof. ir. H.T. Zwiers systeemwoningen optrekken met een door de Engelsman Airey ontworpen prefab-systeem. Met dit Aireysteem konden goedkoop en snel kleine gevelplaten op een houten skelet gemonteerd worden door twee man, zonder steiger of mechanische hulpmiddelen. 


Zwolle, Holtenbroek

Grootschalige plannen
In 1947 maakte architect Willem Marinus Dudok het eerste grootschalige uitbreidingsplan voor Zwolle. Dudok bedacht een stadsuitbreiding aan de oostkant van de stad met een nieuw centrum langs de multifunctionele groenstrook Wezenlanden. De samenwerking tussen Dudok en de gemeente liep na enkele jaren spaak waarop de gemeente het Bureau voor Architectuur en Stedebouw van prof. Sam J. van Embden aantrok. Van Embden vond dat het Zwolle aan moderne groene invullingen ontbrak, die in zijn ogen onontbeerlijk waren voor het goed functioneren van een stad. De eerste planmatige stadsuitbreidingen, zoals Dieze, Nieuw Assendorp en Pierik kenden vooral plantsoenen. Naarmate de welvaart toenam, deden met de invoering van de vrije zaterdag en meer vrije tijd ook verschillende vormen van recreatie hun intrede. In de nieuwe Zwolse parken van Van Embden werd hierop ingespeeld met lig-, speel- en dierenweiden, en sportvelden met toestellen, speelvelden voor balspelen en ruig speelterrein. 

Meer woningen!
In 1948 verklaarde de minister van Wederopbouw In 't Veld de woningnood officieel tot volksvijand nummer 1, en dat bleef zo tot in de jaren zestig. Om het bouwtempo op te voeren en de bouwkosten te drukken, werden in Zwolle voornamelijk portiekflats gebouwd van twee tot vier woonlagen. Op 8 november 1962 werd aan de Hogekampseweg (nummer 139) in Dieze Oost de miljoenste naoorlogse woning van Nederland opgeleverd. Dit werd gevierd met een optocht van wagens vol bouwmateriaal en gereedschappen, in aanwezigheid van koningin Juliana en een stroom schoolkinderen.

De bouwproductie in het naoorlogse Zwolle betrof niet alleen het herstel van oorlogsschade en de realisatie van complete nieuwbouwwijken. Ook het verbeteren van de woonomstandigheden in de bestaande stad behoorde, net als voor de oorlog, tot de aandachtspunten. In 1959 was het Zwolse krotopruimingfonds opgericht. In een maand tijd werd 35.000 gulden gestort door particulieren en bedrijven. Een bedrag dat goed was voor het afbreken van 10 krotten en de bouw van hetzelfde aantal vervangende woningen. Architect Buchta bood aan om de ontwerpen kosteloos te maken.

De grootste deel van het nieuwe woningbestand in Zwolle werd in opdracht van woningcorporaties gebouwd. Grootschalige woningbouwprojecten werden afgewisseld met kleinere projecten voor specifieke doelgroepen, zoals vrijgezellen- of bejaardenwoningen en woningen voor werkende vrouwen. De flat aan de Hanekamp op de hoek met de Wipstrikkerallee werd gebouwd in opdracht van Algemeen Belang (1952-1954) naar ontwerp van het in Zwolle werkzame architectenkoppel Mastenbroek en De Herder. Het complex omvatte vier winkelruimten op de begane grond met daarboven drie woonlagen. De twaalf relatief moderne en dure woningen waren voorzien van centrale verwarming, boodschappenlift en vuilnisstortkoker. 

In opdracht van Woningstichting Volkswelzijn ontwierp de Zwolse architect P.A. Lankhorst 264 woningen aan de zuidkant van de Meppelerstraatweg in de wijk Dieze Oost. De flats uit 1952 zijn gerangschikt in een vroege vorm van strokenverkaveling. De woningen kennen opvallende details in beton zoals de omlijsting van de trappenhuizen, de luifels boven de entrees en de balkonnetjes op de kopse kanten. Deze shake hands architectuur, waarin traditionele elementen zoals bakstenen gevels en rode pannendaken zijn verenigd met een meer moderne stijl, zijn kenmerkend voor veel naoorlogse woningbouw in Zwolle. 


Zwolle, autobusstation, 1957

Rokende schoorstenen
Naast de noodzaak van woningbouw moest ook een begin gemaakt worden met de wederopbouw van fabrieken, infrastructuur en bedrijven. Nederland moest de werkgelegenheid en export weer op gang krijgen. Met financiële hulp van de Verenigde Staten, de zogenaamde Marshall hulp, werd tussen 1951 en 1955 een nieuwe elektriciteitsfabriek gebouwd. De forse nieuwe centrale kreeg een plek aan de IJssel bij buurtschap Harculo ten zuiden van Zwolle in verband met de aanvoer van brandstof en de beschikbaarheid van koelwater. De Centrale Harculo is gebouwd met een uit de Verenigde Staten overgenomen montagebouw: een staalskelet bekleed met geprefabriceerde betonpanelen, naar ontwerp van de Zwolse architect ir. P.J. de Gruyter. Gevel en interieur zijn verrijkt met kunstwerken van bekende Nederlandse kunstenaars, bekostigd met de ‘percentageregeling beeldende kunst’ die in die jaren bestond, de bekende 1% regeling. 

Ook werd in Zwolle gewerkt aan de betere infrastructuur door de aanleg van (water)wegen, zoals de A28 en het Zwolle-IJsse- kanaal Mastenbroek en De Herder ontwierpen een hypermodern busstation van staal en veel glas op het stationsplein van Zwolle, dat in 1958 werd geopend. Daarmee beschikte Zwolle als eerste stad in Overijssel over een 'autobusstation’.

Meer weten over deze aanpak

Mascha van Damme

Mascha van Damme

architectuurhistoricus

Stuur een bericht

Contact

Stuur een bericht en
u ontvangt zo snel mogelijk een reactie.

Meer over: Monumentenadvies

Het Oversticht is sinds de Monumentenwet uit 1988 op alle mogelijke fronten bezig met monumenten. Wij hebben erfgoedadviseurs in huis die vanuit een gedeelde visie werken. Elk van hen heeft een eigen specialisme.

> Lees meer
Altijd op de hoogte?

Actuele projecten, ontwikkelingen, achtergronden en bijeenkomsten: mis het niet en meld u aan!

Delen

Deel dit item met iemand anders.