Projecten

Weidse vergezichten en moderne erven

Naoorlogse ruilverkaveling in Vriezenveen

Dat het weidse landschap rond Vriezenveen een van de eerste naoorlogse ruilverkavelingen in Nederland betreft, kon wel wat meer bekendheid gebruiken. Daarom maakte Het Oversticht twee informatieve folders.

LocatieLandschap
OpdrachtgeverGemeente
ExpertiseOnderzoek

De ruilverkaveling rond Vriezenveen was een omvangrijke klus. De werkzaamheden begonnen in 1955 en namen twaalf jaar in beslag. Duizenden verspreid gelegen, smalle snippers grond zijn samengevoegd tot grotere, aaneengesloten kavels. Sloten werden gedempt en de grondkwaliteit werd verbeterd. In totaal ging zo’n 4.400 hectare op de schop en zijn zeventig boerengezinnen verhuisd naar een nieuwe boerderij. De gemeente Twenterand, waar Vriezenveen toe behoort, wilde bewoners en bezoekers laten kennis maken met de opvallende kenmerken van deze boerenerven en de karakteristieken voor de toekomst veilig stellen.

Van nationaal belang
In 2011 is het ruilverkavelinggebied in Vriezenveen door het rijk aangewezen als één van de dertig gebieden uit de wederopbouwperiode van nationaal cultuurhistorisch belang. Met financiële hulp van de RCE en in opdracht van de gemeente maakte Het Oversticht een analyse van het gebied. Een speciale folder voor eigenaren geeft tips over de omgang met de bijzondere karakteristieken van hun erf. Een publieksfolder helpt bezoekers op weg langs de hoogtepunten in en om Vriezenveen. Samen met Landschap Overijssel organiseerden we een aantal activiteiten om het gebied nog meer bekendheid te geven, zoals een Magnoliadag en een tentoonstelling.

Eenheid in verscheidenheid
De wederopbouwerven liggen in lange linten ten noorden en zuiden van de dorpskern. Het gebied is goed herkenbaar door de regelmatige structuur van het landschap en de overeenkomsten tussen de erven onderling. De erven hebben een ruime, open opzet met doorzichten langs de bijgebouwen en zijn aan drie zijden omgeven door een singel van (eiken)bomen, die beschutting biedt tegen de wind. De open voorzijde aan de straat is ingericht met een moes- en siertuin en een gazon met magnolia of grote solitaire bomen, vaak omgeven door een haag. Op een speciale Magnoliadag konden eigenaren deze bomen afhalen, die oorspronkelijk op elk erf aanwezig waren.

De naoorlogse ruilverkaveling in Vriezenveen neemt een bijzondere plaats in in de geschiedenis van de ruilverkavelingen uit de wederopbouwperiode (1940-1965). Vriezenveen was destijds het paradepaardje van de Nederlandse ruilverkaveling vanwege de aard en de omvang van de ingrijpende herverkaveling. Niet voor niets bracht koningin Juliana in 1958 een bezoek aan een oude en een nieuwe boerderij. En na Hare Majesteit volgden nog vele binnenlandse en buitenlandse bezoekers die met eigen ogen de moderne, verbeterde manier van landbouw wilden zien.  

De wederopbouwperiode (1940-1965) was een tijd van vernieuwing in de architectuur en stedenbouw in Nederland. Het stedenbouwkundig- en landschappelijk ontwerp kenmerkt zich door nieuwe verkavelingspatronen, nieuwe wijkopbouw en een steeds belangrijkere rol van het verkeer. In 2011 is het ruilverkavelingsgebied in Vriezenveen door de overheid aangewezen als één van de dertig gebieden uit de wederopbouwperiode van nationaal cultuurhistorisch belang. De gemeente Twenterand heeft vervolgens Het Oversticht gevraagd om de herkenbare kenmerken van de boerderijen en erven van de ruilverkaveling in beeld te brengen. 

Ruilverkaveling in Vriezenveen
De ruilverkaveling in Vriezenveen had een lange aanloop. Al in 1935 werd over ruilverkaveling gesproken, met name om de ontwatering van de agrarische gronden te verbeteren. Vóór de ruilverkaveling had Vriezenveen een bijzonder slagenlandschap dat sterke overeenkomsten vertoonde met de middeleeuwse copeverkaveling in het westen van het land, met uitzonderlijk smalle en lange kavels gescheiden door smalle slootjes. Door vererving en vervolgens opdeling in de lengterichting waren de kavels in de loop der tijd steeds smaller geworden. Sommige percelen waren maar acht meter breed en wel vier of vijf kilometer lang. Dit leverde steeds meer problemen op voor de agrarische bedrijfsvoering, ook omdat de percelen vrijwel uitsluiten bereikbaar waren over water en het aan ontsluitingswegen praktisch ontbrak. 

Pas na de Tweede Wereldoorlog werden de plannen voor ruilverkaveling verder uitgewerkt. In 1954 stemde een grote meerderheid van de betrokken grondeigenaren voor de plannen. Vriezenveen was een van de eerste ruilverkavelingen die plaatsvonden onder de nieuwe Ruilverkavelingsweg van 1954. De werkzaamheden gingen een jaar later van start aan de noordzijde van de Dalweg. De eerste boerderijen hadden klinkende namen, zoals Ora et Labora, Pauwelshoeve en Johanneshoeve. De Klupshoeve aan de Dalweg 35 was de allereerste ruilverkavelingsboerderij die werd bewoond. Veel bewoners lieten hun oude boerderij aan het Oosteinde of Westeinde in de kern van Vriezenveen achter. Een deel daarvan werd afgebroken. Ruim 70 boerderijen zijn verplaatst van het dorp naar elders in het gebied. In 1967 werden alle percelen definitief op naam van de nieuwe eigenaar gezet. Daarmee was de ruilverkaveling officieel afgesloten. 

Eenheid in verscheidenheid
Uiteindelijk is ruim 4400 hectare grond herverkaveld en zijn duizenden verspreid gelegen snippers percelen samengevoegd tot grotere, aaneengesloten kavels. Daarnaast werd 200 hectare woeste grond ontgonnen. De voorbereiding en uitvoering was in handen van de Heidemij, en stond onder leiding van Staatsbosbeheer. De bestaande sloten werden grotendeels gedempt en de bodem werd sterk verbeterd door diepploegen. Aan de verdere inrichting lag een landschapsplan ten grondslag van H.W. de Vroome. Het Landschapsplan uit 1963 voorzag in beplanting langs de hoofdwegen, veelal een enkele of een dubbele rij inlandse eiken. Zo kregen de Dalweg en Westerveenweg een dubbele rij eiken langs de zuidzijde, en de Ooster- en Westermaatweg een enkele rij eiken aan weerszijden van de weg. Het verkavelingspatroon van de landbouwgrond is 90 graden gedraaid ten opzichte van de oorspronkelijke verkaveling. Onderdeel van het plan was ook de ‘teruggave aan de natuur’ van gemeenschappelijke grond voor particuliere turfwinning, waardoor een gebied is ontstaan met hoge cultuur- en natuurlandschappelijke waarden dat door het hoger opgaande begroeiing en de kleinschalige, versnipperde verkaveling sterk contrasteert met het omringende, open en weidse landbouwgebied.1

Het wederopbouwgebied van Vriezenveen is goed herkenbaar door de regelmatige structuur en de overeenkomsten van de erven en de bebouwing. De nieuwe erven zijn aangelegd in zeven herkenbare clusters. Langs de Dalweg en de Westerveenweg verrezen nieuwe erven op ruime kavels, die net als in het centrum van Vriezenveen onder een hoek op de weg. Vanaf 1960 werden de erven ten zuiden van Vriezenveen aan de Oostermaatweg en Westermaatweg ingericht. Hier staan de kavels recht op de weg. De boerderijen langs deze wegen verrezen in lange lintbebouwing. De zeer vergelijkbare erven liggen op  ongeveer gelijke afstand van elkaar aan de lange rechte wegen. Brede kavels werden afgewisseld met iets smallere en diepere kavels.
Langs de Westerhoevenweg en Russendijk werd één kort lint aangelegd. In De Pollen, ten noordoosten van Vriezenveen, werden tussen de bestaande lintbebouwing langs de Geesterenseweg en de Vriezenveenseweg nieuwe erven toegevoegd, de zogenaamde streekverbeteraars. Verspreid langs de Horstweg, Boslandweg en Aadijk kwam een aantal erven te liggen, die geen aaneengesloten lint vormen, maar wel een duidelijk herkenbaar zijn als groep. Daarnaast zijn op verschillende plekken 'spijtoptanten' te vinden; boerderijen die na de officiële afronding van de ruilverkaveling op nieuwe kavels zijn gebouwd. 

Groene eilanden
Volgens het adagium van de wederopbouw 'licht, lucht en ruimte' kennen alle erven in Vriezenveen een ruime, open opzet met doorzichten langs de bijgebouwen. De meeste erven worden ontsloten door een centrale oprit, soms in de vorm van een brug over een sloot langs de hoofdweg. De woonhuizen zijn op de straat gericht en worden daarvan gescheiden door de siertuin, die voorzag in een fraaie uitkijk op de straat. Vrij zicht van de openbare weg op de bestaande bebouwing is een belangrijk kenmerk van de wederopbouwerven. Praktisch alle erven waren aan de andere drie, of in enkele gevallen aan twee zijden omgeven door een windsingel van (eiken)bomen. Een aantal erven heeft een zichtas vanaf de oprit langs de bebouwing, die door een uitsparing in de singel een blik biedt over het achterliggende land. De boomgaard, de moestuin en de siertuin lagen bij het woonhuis en de kalverweide lag ernaast. De siertuin bestaat meestal uit een grasveld of gazon met een magnolia, enigszins asymmetrisch ten opzichte van huis geplant. Soms staat er een grote solitair schuin voor het huis, meestal een linde, rode beuk of kastanje. Verschillende onderdelen van de tuin zijn omgeven door een haag van veldesdoorn. Bij elkaar genomen vormen deze elementen een 'ideaal erf' zoals weergegeven op de erfschets. 

Moderne soberheid
De boerderijen zijn planmatig neergezet in ongeveer dezelfde tijd, met ongeveer dezelfde karakteristieken. Ze waren voor die tijd heel modern en uiterst sober. Decoraties vond men overbodig. Zelden komen traditionele luiken of vensters met roeden voor. Wel is in enkele gevallen de kopse gevel van de schuur voorzien van groen geschilderd houten beschot, zoals dat gangbaar is bij traditionele Twentse boerderijen. Het Coöperatief Bouwbureau voor de Landbouw in Arnhem, onderdeel van de Nederlandse Heidemaatschappij, leverde drie of vier standaard typen boerderijen. Lokale architecten pasten deze ontwerpen aan aan de wensen en het budget van de boer. Zo zijn veel boerderijen ontworpen door architect E. Kielstra van het Bureau Agrobouw. De architectuur is die van de Delftse School, dus traditioneel met bakstenen gevels en een met pannen gedekt zadeldak, maar met een strak uiterlijk. De nieuwe boerderijen kregen een modern interieur zoals in de woningbouw uit de wederopbouwperiode gebruikelijk was, met een granito aanrechtblad, Bruynzeel keukenkastjes en een inpandige aparte wc. Het woongedeelte van de wederopbouwboerderij leek op ‘gewone’ woonhuizen. De boerderijen zijn vooral herkenbaar aan de manier waarop de verschillende bouwdelen ten opzichte van elkaar zijn geplaatst: het woonhuis apart voor of naast het bedrijfsgedeelte of juist eraan vast. Het overgrote deel van de boerderijen is van het type kop-hals-romp. Het bedrijfsgedeelte van de nieuwe boerderijen bood in hoofdzaak onderdak aan melkkoeien en jongvee. De boerderijen en de bijgebouwen staan in telkens wisselende opstelling op het erf. De verschillende typen boerderijen en bijgebouwen zijn schematisch weergeven in een overzicht. 

In het streekverbeteringsgebied De Pollen hebben de boerderijen veel minder ruimtelijke samenhang dan de erven in het ruilverkavelingsgebied. Vaak zijn de boerderijen net van een ander type, bijvoorbeeld omdat er een knik in het dak zit, de schuur dwars achter het woonhuis geplaatst is, of omdat singels ontbreken. 

 

Schema typologie plattegronden

Nieuwe ontwikkelingen
Van de ruim 70 wederopbouwerven is een aantal nog gaaf. Aan de Westerveenweg zijn de erven nog grotendeels intact. Hier zijn de singels vrijwel overal nog aanwezig en er is weinig aan de woningen verbouwd. Bij sommige erven is voor de bouw van grote stallen en bijbehorende kuilvoerplaten - een deel van - de singel gekapt. 
Helaas is ook een aantal erven behoorlijk veranderd. De Dalweg kent ten opzichte van de Westerveenweg bijvoorbeeld meer latere uitbreidingen met grote schuren en een doorbreking van de singel, vooral aan de achterzijde. Ook op de erven aan de Oostermaatweg en Westermaatweg worden singels doorbroken of is achter de singels gebouwd.

Niet alleen ontwikkelingen in de landbouw hebben veranderingen tot gevolg gehad.  Op een aantal erven is het bestaande woonhuis uitgebreid. Bij verschillende erven is een extra woning voor (gepensioneerde) ouders of juist voor de kinderen gebouwd, soms in een aansluitende stijl, soms opvallend anders. Ook de veranderende mode heeft  invloed gehad op de inrichting van de erven en tuinen. Gazons zijn verkleind of hebben soms helemaal plaats gemaakt voor coniferen en andere sierstruiken, de veldesdoornhagen zijn vervangen door hagen van beuken of coniferen, moestuinen en kalverweitjes zijn verwijderd omdat er geen behoefte meer was. Bij sommige erven is de ruime, open opzet nauwelijks meer beleefbaar. 
Van een aantal boerderijen heeft met name in het bedrijfsgedeelte een nieuwe bestemming gekregen, bijvoorbeeld als woonhuis of logeerboerderij. Voor het plan Waterrijk van de gemeente Almelo zijn enkele boerderijen afgebroken waardoor zeven erven aan de Westermaatweg en Oostermaatweg inmiddels ‘leeg’ zijn. 

Herkenbaarheid in de toekomst
Om de karakteristieken van de wederopbouwerven te respecteren en te behouden, heeft de gemeente Twenterand Het Oversticht gevraagd enkele handvatten te bieden voor eigenaren en bewoners. Veel erven hebben nog altijd een agrarische functie en kunnen deze hopelijk nog lang houden. Daarvoor moet dan wel ruimte geboden worden. Belangrijk voor het behoud van het karakter bij uitbreiding is het intact houden van de oorspronkelijke open structuur en de bestaande verhoudingen van de erven, en dat de singel zo veel mogelijk wordt gespaard of juist hersteld. De nieuwe (bedrijfs)bebouwing kan bijvoorbeeld achter of naast de bestaande singel geplaatst worden, of soms is het mogelijk om een nieuwe singel achter de uitbreiding aan te planten. Bij het terugbrengen of restaureren van ‘authentieke’ elementen zoals singels, toegangsbruggen, een magnolia of de haag van veldesdoorn, is het zaak om erop te letten of een erf bepaalde kenmerken wel daadwerkelijk heeft gehad om zo de oorspronkelijke afwisseling in de opzet en variatie in de inrichting van de erven behouden.

Noten

Blom 2013, p. 268.

Literatuur

  • Anita Blom (e.a.), Atlas van de Wederopbouw in Nederland 1940-1965. Ontwerpen aan stad en land, Rotterdam 2013, p. 266-271

Dit artikel van de hand van Anneke Coops en Mascha van Damme, is eerder verschenen in 't Inschrien (2015/1), kwartaalblad van de Oudheidkamer Twente.

Meer weten over deze aanpak

Anneke Coops

Anneke Coops

landschapsarchitect

Stuur een bericht

Betrokken adviseur

Mascha van Damme

Mascha van Damme

architectuurhistoricus

Contact

Stuur een bericht en
u ontvangt zo snel mogelijk een reactie.

Meer over: Cultuurhistorisch onderzoek

Een bevlogen team van erfgoedprofessionals werkt aan een van de pijlers van Het Oversticht - cultuurhistorisch onderzoek. Kennis van onze leefomgeving is de onderlegger voor veranderingen.

> Lees meer
Altijd op de hoogte?

Actuele projecten, ontwikkelingen, achtergronden en bijeenkomsten: mis het niet en meld u aan!

Delen

Deel dit item met iemand anders.