Projecten

Bouwen op een explosieve plek

Cultuurhistorie als basis voor woningbouw

Tot ver in de jaren ยด80 van de vorige eeuw stond in Muiden een werkende kruitfabriek; De Krijgsman. Na de zoveelste explosie zag de fabriek zich genoodzaakt te sluiten en raakte het terrein in onbruik. Hiervoor werd een plan voor woningbouw gemaakt, waarbij de cultuurhistorische waarden een belangrijk uitgangspunt vormen.

LocatieStraat / Wijk / Stad
ThemaHerbestemmen: passend en creatief
ExpertiseOnderzoek

Waardestelling
De Rietpolder, het terrein waar de fabriek zich bevond, kent een zeer lange ontwikkelingsgeschiedenis. De polder wordt van het water afgeschermd door een zeedijk, die al vanaf het jaar 1200 hetzelfde tracé volgt. Ten noorden van de polder ligt ook De Westbatterij, een fort uit de Stelling van Amsterdam, op een zeer strategisch punt; daar waar drie verdedigingslinies samenkomen. Allemaal elementen die een eigen, zeer zorgvuldige omgang verdienen binnen het plan voor woningbouw op deze plek. Zowel de gemeente Muiden als de eigenaar van het gebied, KNSF, hebben deze zorgvuldigheid betracht door verschillende onderzoeken te laten uitvoeren en het opstellen van een ambitiedocument en een beeldkwaliteitsplan. Daarnaast lieten zij Het oversticht een cultuurhistorische waardestelling maken.

Reflectie
De cultuurhistorische waardestelling heeft niet alleen inzichtelijk gemaakt welke elementen een hoge of minder hoge waarde hebben, maar diende ook als reflectie op het ambitiedocument en het beeldkwaliteitsplan. Hiermee werd duidelijk welke keuze gemaakt zijn om waardevolle elementen te integreren in het plan en welke verdwenen elementen dienden als inspiratie voor het nieuwe ontwerp. Inmiddels is een groot aantal woningen verkocht. Nieuwe bewoners kunnen kiezen voor verschillende buurten, die elk een specifiek onderdeel van de geschiedenis van het terrein representeren; landelijk, vestingstedelijk of industrieel. Wonen met karakter.

Het Oversticht is een veel gevraagd partner voor onderzoek. Wij vertalen onderzoeksgegevens naar bruikbare en inspiratievolle informatie voor ontwerpen.

Sinds de modernisering van de monumentenwet in 2011 heeft de overheid instandhouding hoog in het vaandel staan, maar tegelijkertijd het beoordelen van de monumentwaardigheid van interieurelementen deels in handen van de eigenaar gelegd. Een onafhankelijke waardering in de vorm van een deskundige cultuurhistorische waardestelling kan uitkomst bieden bij het in standhouden en transformeren van waardevol erfgoed.

Bij elke aanpassing zou de waarde van het betreffende erfgoed uitgangspunt moeten zijn. Bij de aanwijzing tot monument worden de monumentale waarden van een gebouw of complex bepaald en benoemd in de redengevende omschrijving. Deze biedt echter niet altijd afdoende houvast bij een verbouwing omdat de redengevende omschrijving is opgesteld ter bescherming en niet anticipeert op nieuwe ingrepen. Soms bestond tijdens het beschrijven nog geen volledige duidelijkheid over de ontstaansgeschiedenis en de bouwgeschiedenis. Dan is meer onderzoek noodzakelijk om te kunnen bepalen over welke monumentale waarden het precies gaat en hoe daarmee omgegaan kan worden. Daarnaast is niet altijd duidelijk op welke elementen de benoemde waarden betrekking hebben.

Verschillende waardestellingen
Een veel gebruikte methode voor het objectief waarderen is de bouwhistorische waardestelling. Hierbij wordt volgens de landelijk leidraad een onderscheid gemaakt tussen hoge, positieve en indifferente monumentwaarden. Een bouwhistorische waardestelling kent beperkingen, omdat de term suggereert dat alleen wordt ingaan op één onderdeel, namelijk de fysieke bouwsubstantie. Daarbij is de bouwhistorische waardering niet het geschikte instrument voor stedenbouwkundige of landschappelijke structuren, een erf, landgoed of een andere groenaanleg die in samenhang met een gebouw zijn ontworpen. Een cultuurhistorische waardestelling dekt dan beter de lading. Hierin komen alle aspecten aan de orde die de monumentale waarde bepalen: de stedenbouwkundige, architectuurhistorische en cultuurhistorische waarde en de gaafheid. Ook uniciteit of zeldzaamheid is een waarde die bij het toekennen van een monumentenstatus en dus bij een waardestelling een grote rol speelt. Tastbare, materiële elementen worden daarin benoemd en vergeleken en de meer subjectieve begrippen zoals ‘cultuurhistorische waarde’ worden zo objectief mogelijk gemaakt. Bouwhistorisch onderzoek maakt hier vanzelfsprekend deel van uit. Want zo ontstaat inzicht in de bouw- en ontwikkelingsgeschiedenis en de mate van gaafheid van de onderdelen uit verschillende perioden.

Breder onderzoek
Bij een contextuele waardestelling wordt een vergelijking gemaakt tussen de cultuurhistorische waarden van een bouwwerk of structuur met soortgelijke voorbeelden op landelijk, regionaal of plaatselijk niveau. Dit bredere onderzoek is soms nodig om het betreffende erfgoed in perspectief te kunnen plaatsen en zodoende de waarde nog preciezer te kunnen vaststellen. Een goed voorbeeld van een dergelijke contextuele waardestelling heeft Het Oversticht uitgevoerd voor klooster Groot Bijsterveld in Oirschot, in opdracht van IAA architecten en de nieuwe eigenaar. Op de plaats van een voormalig kasteel werd in 1772 een buitenplaats aangelegd. In 1903 vestigden de paters Montfortanen hun groot-seminarie op het landgoed en namen hun intrek in het huis. In de loop van een halve eeuw lieten ze een neogotische kapel bouwen en verschillende kloostervleugels. Eerder onderzoek had aangetoond dat de kloostervleugels hoge monumentale waarde bezitten. Het Oversticht heeft vergelijkbare kloostercomplexen uit dezelfde periode in de brede omgeving bekeken om deze beter te kunnen bepalen. De architectonische en stedenbouwkundige waarden bleken lager dan bij de verschillende referentieprojecten, de cultuurhistorische waarde juist relatief hoog.

Transformatieruimte
Daarbij is het proces van herbestemmen ook gebaat bij het in kaart brengen van de transformatieruimte: welke mogelijkheden er zijn voor transformatie, zonder de monumentale waarden (onnodig) aan te tasten. De wijze waarop Het Oversticht waardestellingen opstelt, zijn juist gericht op mogelijkheden, in plaats van beperkingen. Want juist(e) ontwikkeling is het behoud van ons erfgoed. Bij de zoektocht naar mogelijkheden gaat het er vooral om of er niet onnodig monumentale waarden worden aangetast, zoals staat aangegeven in artikel 2 van de monumentenwet. Bekeken moet worden of de voorgestelde ingrepen onmisbaar zijn voor het goed functioneren van het gebouw of complex met zijn nieuwe bestemming, en of de ingrepen kwalitatief hoogwaardig genoeg zijn om bij te dragen aan monumentale waarden.

Om een onderlegger voor de mogelijke dialoog te bieden, brengt Het Oversticht al geruime tijd naast de monumentale waarden en kwaliteiten van het betreffende erfgoed ook de transformatieruimte in beeld. Hiermee wordt de vertaalslag gemaakt van behoud naar ontwikkeling en aangegeven waar mogelijkheden zitten voor aanpassingen aan een nieuwe functie zonder de monumentale waarden en kwaliteiten ontoelaatbaar aan te tasten of onherkenbaar te maken. Net als bij de waardering, onderscheiden we bij de benoeming van de transformatieruimte drie niveaus. Op plattegronden of kaartmateriaal wordt aangegeven waar welke transformatieruimte mogelijk is. Een begeleidende tabel of tekst geeft toelichting waarop deze betrekking kan hebben: de structuren, het casco, de bouwkundige elementen, de vaste inrichting of de (interieur)afwerking.

Redenen te over
De reden voor een waardestellend onderzoek kan verschillen, de methode is vrijwel hetzelfde. Aanleiding kunnen plannen zijn van een (nieuwe) eigenaar om het pand te verbouwen en geschikt te maken voor een nieuwe functie, mogelijke verkoop of grootschalig onderhoud. De gemeente Enschede vroeg een waardestelling met transformatiestudie van een voormalige Ambachtschool om bij verkoop van het pand aan de nieuwe eigenaar te kunnen meegeven wat beslist behouden moest blijven en wat de mogelijkheden zijn voor eventuele aanpassingen bij herbestemming. In opdracht van de Stichting IJssellandschap heeft Het Oversticht een cultuurhistorische analyse en waardering van het historische landgoed Nieuw Rande bij Deventer gemaakt om een leidraad te bieden bij grootschalige onderhoud en om de mogelijke kap van een aantal bomen in het tot bos verwilderde park onderbouwd te kunnen verantwoorden aan alle bezoekers.

Vroeg in het proces
Ook bij niet-monumentale objecten of structuren is het maken van een waardestelling een goede methode om de karakteristieken van een gebouw, tuin, landgoed of erf helder in beeld te krijgen. Van belang is een zorgvuldige analyse van de plek, de omgeving en de gebouwen zodat de kunsthistorische en cultuurhistorische waarden in beeld gebracht kunnen worden en de meest waardevolle elementen in de nieuwe ontwikkelingen een plek kunnen krijgen.

Zaak is om zo vroeg mogelijk alle partijen, zowel de eigenaar, als de mogelijke ontwikkelaar, ontwerpers, betrokken ambtenaren, en zo nodig de RCE, te betrekken bij de waardestelling, zodat iedereen op de hoogte is en het er over eens kan worden wat de uitgangspunten zijn voor behoud en transformatie. Deze werkwijze schept voor alle partijen helderheid zodat het proces zo soepel mogelijk kan verlopen.

Meer weten over deze aanpak

Mascha van Damme

Mascha van Damme

architectuurhistoricus

Stuur een bericht

Betrokken adviseur

Maartje van Hellemondt

Maartje van Hellemondt

architectuurhistoricus

Contact

Stuur een bericht en
u ontvangt zo snel mogelijk een reactie.

Meer over: Cultuurhistorisch onderzoek

Een bevlogen team van erfgoedprofessionals werkt aan een van de pijlers van Het Oversticht - cultuurhistorisch onderzoek. Kennis van onze leefomgeving is de onderlegger voor veranderingen.

> Lees meer
Altijd op de hoogte?

Actuele projecten, ontwikkelingen, achtergronden en bijeenkomsten: mis het niet en meld u aan!

Delen

Deel dit item met iemand anders.